Sorry voor de excuses: Oegstgeest 80 – Wijkertoren

Donderdagochtend, regen en wind belegert mijn huiske, terwijl ik nerveus naar buiten tuur voor teken van verbetering. Negen uur wordt tien uur, tien uur wordt elf uur, en gestaag gaat het gekletter voort. Langzamerhand begint mij het besef door te dringen dat ik, voor het eerst dit jaar, mijn dagelijkse forenstocht niet per stalen ros zal gaan kunnen afleggen. Hoewel het zwichten voor het OV mij innerlijk pijn doet, ga ik toch met opgeheven hoofd richting metrostation. Stiekem vind ik het namelijk eigenlijk best wel leuk om mij tussen de medereizigers te bevinden.

De medereiziger fascineert mij. Zo was aan mij het genoegen om tussen een drietal jongelui, zo’n 14 jaar schat ik in, te mogen zitten, terwijl zij mij de culinaire geuren van de specialiteit van de lokale patatboer, die klaarblijkelijk al ’s ochtends open was, tot mij brachten. Ik ben verheugd over de welvaart in het land; toen ik zo oud was had ik zeker niet de financiële capaciteit om zo’n smakelijke aankoop te doen. In de metro plof ik neer. Ik kijk nog op de telefoon van een volwassen man naast me, in de hoop dat ik mee kan meegenieten van een aangrijpend, diepgaand spel, maar vandaag heb ik pech. Ik lees nog een aantal van hem berichten mee, maar door het gebrek aan enige context kan ik er niet emotioneel door geraakt worden. Aangekomen op station Amstel probeer ik eens uit te testen hoe lang ik mensen kan aankijken voordat ik oogcontact heb, maar ik constateer al spoedig dan ik niet belangrijk genoeg ben daarvoor: mijn overspannen, burnout-medereizigers loopt haastig in gekromde houding voorbij. IJsberend wachtende op mijn overstap valt mijn ook ineens op het volgende bericht; het bericht waar ik met deze anekdote naartoe wilde: “Door onderhoud aan het koffieapparaat verkopen wij vandaag geen warme dranken, Excuses voor het ongemak”.

Ik begrijp niet waarom aan mij overal excuses gemaakt worden. Ten eerste had ik überhaupt helemaal geen behoefte aan warme dranken op dat moment, maar ten tweede: waarom moet je je verontschuldigen voor machineonderhoud? Dat lijkt me toch een logisch consequentie van het gebruik van een machine. Maar toen besefte ik me: dit gebeurt niet alleen op treinstations. Een dezer dagen was mijn bank zich al hevig aan het verontschuldigen dat er middennacht van 2u tot 6u eventjes geen transacties gemaakt konden worden. En neem bijvoorbeeld de NS, die ook diep door het stof gaat als er treinen uitvallen door werkzaamheden die letterlijk al een half jaar geleden al gepland stonden. Ik snap de volwassen wereld gewoon nog niet zo goed denk ik. Moet ik ook sorry zeggen als ik in de supermarkt straks voor iemand in de rij sta? Ik wil maar zeggen: technisch gezien ondervindt deze persoon hinder door mijn toedoen. En bovendien: dit is nog erger dan de drie hierboven beschreven voorbeelden, omdat ik niet eens had aangekondigd dat ik mij me voor hem zou gaan begeven!

De wedstrijd…

Zoals duidelijk moge zijn heb ik geen overmaat aan woorden over over de wedstrijd tegen Oegstgeest afgelopen weekend. Een zakelijke 3-5 overwinning kan ik het noemen. Het Oegstgeester team had op de eerste vier borden een gelijkwaardig team, maar waren op de onderste vier borden kwetsbaarder. In de uitslag mocht dit blijken: HT, Sjoerd, BP en Thomas pakten 1½ punten op resp. borden 1 tot 4; Richard, Jimmy, ikzelf en Rick pakten 3½ punten op de overige borden. Door het overwicht op deze borden was al gauw duidelijk dat hier rake klappen zouden vallen en halverwege de wedstrijd leek het toch wel onze kant op te vallen. Échte spanning was rond de tijdcontrole wel weg.

HT moest even twee vijandelijke dames op het bord toelaten, nota bene met te tegenstander aan zet, maar de controle was nog wel aanwezig. Het ‘plusremise-eindspel’ viel niet te winnen. Richard zag ik een stelling hebben die perfect symmetrisch was. Nou ja, klein detail: hij had een extra stuk. Zelf had ik niet echt de meest grootse partij: mijn stelling bevatte duizenden genadeklappen, maar, ik snap niet hoe, ik had niet de wilskracht om die te vinden, en ik wikkelende af naar een suf eindspel met 2 pionnen meer. Wel gewonnen uiteraard. Moet heel irritant voor mijn tegenstander geweest zijn. Ik heb zelf ook wel eens in dat soort posities gezeten, en je gaat je dan zo ergeren aan dat je verliest van een tegenstander die hélémaal niks ziet, maar die dan toch net aan genoeg heeft voor de overwinning. Na de partij vertelde mijn tegenstander alle mogelijkheden die ik gemist had, en, eerlijk is eerlijk, ze klopten echt allemaal (Dc6 of Dxd5 tja…). Dit is overigens wel een geschikte gelegenheid voor excuses: mijn tegenstander ondervond hinder door mijn gebrek aan doorzettingsvermogen: fout van mijn kant waarvan binnen de grenzen van de redelijkheid aangenomen mocht worden dat ik die niet zou begaan.

Thomas maakte het nogal bont: hij ging een scherpe variant in, iets dat hem wel eigen is, maar hij kende hem niet. De tegenstander uiteraard wel, en een tijdsverschil van 10:00 tegen 100:00 ontstond. Uiteindelijk zwichtte Thomas met pion voorspong voor het tactische remiseaanbod dat de tegenstander erin wierp, de tijdsvoorspong met belangrijkste onderhandelingswapen. In deze stelling werd de vrede getekend, en ik vind dit een mooie stelling om eens dieper onder de loep te nemen:

[Stelling na 20. Lxd3]

Er is hier vanalles aan de hand, maar voordat we allerlei concrete dreigingen gaan analyseren, is het misschien eerst handig om wat algemene dingen te bespreken. Het moge duidelijk zijn zwart een pion meer heeft, maar wat wellicht minder duidelijk, maar veel belangrijker, is dat zwart a+b-pion tegen a-pion heeft. Elk eindspel is daarom goed voor hem: zwart wil zoveel mogelijk stukken afruilen.

Wit daarentegen wil juist stukken behouden. Hij moet het hebben van snel toeslaan, want zoals gezegd, als zwart de stelling weet te temmen, wint hij het eindspel. De lopers van wit zijn zeer actief, en voor het paard zie ik wel ook wel een mooie toekomst na Pe2-f4. De zwarte ontwikkeling, met name het paard en de toren op a8, zal meer tijd kosten.

En dan uiteraard nog pionstructuur bekijken. Het is een heus festijn van zwaktes van beide kanten: g4 lijkt niet levensvatbaar; f5 wordt zwaar belaagd; c5 is momenteel niet onder vuur, maar in een toekomst met Ld6 of Le3 is die toch moeilijk verdedigbaar. e6 zou f5 verdedigen, en d6 zou c5 verdedigen, maar allebei deze pionzetten samen zouden weer zwaktes in het centrum opleveren. Bij wit is het allemaal ook niet geweldig: c4 is een zorgenkindje, en momenteel kan e3 vallen na Ld2-Lxe3. Wit heeft met de pion op d5 wel een ruimtevoordeel: hij heeft meer ruimte om zijn stukken te plaatsen. (Tc2,Pe2,Th4,Kf2.) Zwart heeft die luxe niet: dat paard moet eerst op d7 zien te komen, daarna moeten de toren en koning hun posities vinden ergens op de achterste rij.

Dan nu concreet! g4 is niet te behouden (wit dreigt fxg4 fxg4 Th4 en eventueel Le2 en de pion valt zeker). Dus 1. …gxf3 lijkt mij de start. Zeg, wit slaat met paard terug: 2.Pxf3. Vervolgens hangt f5 niet echt: de witveldige witte loper moet verdedigen tegen Lxc4+ en Lxd5. Toch wil ik graag e6 doen, want ooit ga ik die pion moeten verdedigen. Stel je voor: na 2. …d6 3. Ph4 en een toekomstig Ke2-Tf1. Hoe ga je die pion ooit nog redden dan? Met 2. …e6 is het f5 probleem permanent opgelost. Een kritische lezer vraagt misschien waarom ik Ld2, stel op zet 1, niet overweeg. De reden is simpel: na Tc2 Lxe3 Lxf5 hebben we een setje pionnen geruild en is de stelling wat opener geworden. Dit lijkt mij niet hetgeen waar zwart zich mee bezig moet houden: hij wil consolideren en stukken ontwikkelen. 1. Ld2 lijkt mij veel te aanvallend gedacht: dat is niet wat momenteel van zwart gevraagd wordt.

Na 3. dxe6 dxe6 kan het zwarte paard eindelijk naar d7. Ik voorzie zelfs een mooie toekomst met het paard op e5 of b6, waarna de zwakte ‘c4’ die we geconstateerd hadden, een enorm probleem wordt voor wit. Maar zoals eerder geconstateerd: wit wil snel handelen. Bijvoorbeeld 4. Pg5 (de zwakte e6 aanvallen). 4. …Lc8 is triest: de loper was juist zo goed bezig met c4 belegeren. 4. …Kf7 is illegaal. 4. …Ke7 5. Lh4 vind ik er eng uitzien. 4. …Kd7 5. Td1 is nog enger. Nou goed, als we dan toch een keuze moeten maken: 4. …Ke7 5. Lh4 Lf6. Wit kan versterken met Ke2 Thf1 Tcd1 en dit soort zetten, maar zwart heeft eindelijk een beetje coördinatie met zetten als Pd7 Tad8 Tfd8 Pb6. Ik concludeer dat zwart hier zijn doel lijkt te bereiken: consolideren. En zoals eerder gezegd, als dat lukt moet de stelling voor hem gewonnen zijn.

Maar uiteraard is dit slechts één variant. Er zijn vele andere mogelijkheden voor wit. Maakt bijvoorbeeld 2. gxf3 een verschil? (Idee: Pe2 met tempo en Pf4.) Kan 3. Ld6 een pion winnen? Kan 4. Ld6 een pion winnen? Allemaal vragen die ik kan aanraden zelf te onderzoeken. Logischerwijs kwam Thomas eigenlijk tot dezelfde conclusie waartoe ik kom: zwart zal wel iets beter staan, maar de stelling is té listig om met grote tijdsachterstand verder te spelen. Remise was wellicht de beste beslissing.

Lastig allemaal dus… verder kan ik nog mededelen dat we momenteel met 4 teams op plek #1 staan. Conclusie: de zaak is te ingewikkeld voor enige conclusies. Volgende ronde 13 april tegen nummer twee Messemakers (a.k.a. Messentrekkers) gaat erom spannen. Eén ding is zeker, als we volgende ronde simpelweg met grote cijfers ten onder gaan, is de situatie een stuk duidelijker. Als we daarentegen wel winnen, dan blijft het helaas tot de laatste ronde rekenen.

Tot den volgenden keer

~Uw verslaggever.

Geplaatst in Nieuws.