Immorele dilemma’s

Het was mij weer een waar genoegen eens de clubavond de mogen meemaken, waar ik afgelopen donderdag tegen Wim R. mocht aantreden in de bekercompetitie. Tijdens deze partij kwam ik voor een dilemma te staan, dat mij de laatste tijd wel vaker lijkt te overkomen. Ik deel hierbij u graag dit moment.

Overigens ben ik al-dan-niet onbewust bezig een nieuwe ‘schaakfilosofie’ in te zien. Dat wil zeggen, hiervoor had ik er geen, en nu wel, een soort van. Het gaat namelijk in de praktijk vaak zo dat we, als we partijen van ofwel grootmeesters ofwel onszelf analyseren, dat we eigenlijk altijd vrij snel daardoor heen gaan. Een partij van zo’n grootmeester wordt al gauw binnen 15 minuten samengevat, of met een paar diagrammetjes en een paar stukjes tekst. Als die grootmeesters er meerdere uren over hebben moeten nadenken, dan moeten wij als stervelingen toch minstens 20 uur zonder onderbreking ons erin verdiepen, om maar een klein beetje van de nuances te kunnen aanvoelen. Kortom: ik heb altijd een beetje dubbel gevoel bij het ‘moderne’ analyseren, omdat het weinig didactische waarde lijkt te hebben.

Daarom wilde ik voor de verandering eens iets uitproberen: ik wil één stelling nemen uit mijn partij en die proberen te doorgronden. Ik wil hierbij een dilemma voorleggen, wat u wellicht ook wel eens in uw partij heeft meegemaakt: de stelling is onder controle, maar om materiaal te winnen moet de controle gedeeltelijk opgeheven worden. De tegenstander zet als een kat in het nauw die rare sprongen maakt het bord spreekwoordelijk in de brand.

Dus, dit is ‘m dan:

[Wit aan zet, stelling na 16. …g7-g5]

Dus voordat we zetten gaan bedenken, laten we eerst even rustig kijken. (Ik merk vaak dat mensen gelijk allerlei zetten willen uitproberen, misschien ook onder sociale druk, maar als we iets zinnigs willen bedenken, moeten we eerst begrijpen wat er allemaal aan de hand is op het moment.)

Qua materiaal: het staat gelijk.
Koningsveiligheid: de koningen staan allebei wel veilig; op korte termijn gaan zij niet in de problemen komen.
Directe dreigingen: de witte loper staat aangevallen en moet naar alle waarschijnlijkheid weg (er zijn geen zinnige tussenzetten te bedenken). Verder staat het witte paard op b3 een beetje losjes. Stel: zwart is aan zet en mag over zijn eigen loper heenspringen, dan is Txe2 materiaalwinst.
Stukactiviteit: Wit: witte stukken lijken redelijk ongevaarlijk opgesteld. Het paard op b3 is actief en valt a5 aan. De rest is redelijk onschuldig. Zwart: De zwarte dame staat redelijk actief en kan mogelijk via b4 zeer actief worden. De zwarte witveldige loper is waarschijnlijk het beste stuk. Daarentegen zijn de zwartveldige loper en het paard verschrikkelijk, en ik zie ook niet hoe die op korte termijn in het spel komen.
Onbalans: Opgemerkt moet worden dat wit zijn witveldige loper niet meer heeft en daardoor de witte velden (d3,e2,c2,c4) behoorlijk zwak zijn. Een idee met een Da6 en Ld3 kan gevaarlijk zijn.
Pionnenstructuur (en hierin zit de crux in deze stelling!): heel belangrijk: die pionnen op de c- en d-lijn vormen een zeer vast blok. Het liefst zou zwart de structuur vanaf het beginpunt d4 aantasten, maar d4 is onbereikbaar. De structuur maakt de zwarte zwartveldige loper volkomen nutteloos! Verder weet iedereen (toch…?) dat een gesloten centrum betekent dat er veel tijd is voor gemanoeuvreer. En tot slot: de pion of a5 is zeer zwak.

Al dit gezegd hebben, wil ik een gewaagde uitspraak doen: ik denk dat deze stelling objectief gezien volledig over is voor zwart. De stukken kunnen weer het doosje in. Gek toch? In zo’n stelling waar niks aan de hand lijkt. Misschien een mooi moment voor u om uit te zoeken waarom ik dit denk. En als u de stelling bestudeert, denk eraan, er zit geen bijzonder truc in ofzo. Ik denk hier puur positioneel.

Dus als u er nog niet uitgekomen bent, laten we dan samen een winstplan bedenken voor wit. We hebben daarnet al geconcludeerd dat a5 een zwakte is, en we mogen een plan bedenken met veel gemanoeuvreer. We moeten ook oppassen, want onze paarden zijn gevoelig voor zwarte trucs momenteel. Laten we eerst een opzet bedenken zonder in ‘zetten’ te denken (ook dit gebeurt veel te weinig tijdens analyses in mijn mening). We kunnen a5 aanvallen met de loper. Als we vervolgens Pxa5 spelen hangt wel b2. Het liefst zouden we daarom de loper op c3 plaatsen. Als zwart de pion echt massaal wil gaan verdedigen, dan kunnen we ook met Dd2 de druk nog verder opvoeren. Over de dame gesproken, die is nu gedwongen onhandig dat paard te verdedigen. We kunnen Ta3 gebruiken om het paard te verdedigen. De hele 3e rij is open, dus die toren staat daar best goed waarschijnlijk. Mocht het paard op e2 steun nodig hebben, dan is Te1 de logische zet.

Hoe goed is dat plan nou eigenlijk? Is dit niet allemaal een beetje veel werk voor één pion?? Laat ik nog even bespreken wat er gebeurt als we, hypothetisch, die pion slaan. Zeg, we kunnen op een ‘veilige’ manier Pxa5 spelen. We kunnen daarna b2-b4 spelen en onze stelling is zo stabiel als een blok graniet. En het belangrijkste: we hebben een verre vrijpion (de a-pion!) We doen Ta3 – Tfa1 en rennen met dat ding. Of we ruilen gewoon alle stukken af: zwart kan geen enkel eindspel ingaan, want de a-pion beslist. Kortom: na Pxa5 kunnen we alvast op zoek gaan naar een tweede dame ergens van een ander bord (omgekeerde toren mag helaas niet officieel…).

Eindelijk tijd om in zetten te denken. Na dit alles moet u wel 1. Ld2 denken. En dat is volledig juist! Nu dat we een zet hebben die voldoet aan het positionele plan moeten we enkel nog even de tactiek-bril opzetten. Jakkes, 1 …Ld3 is een mogelijkheid nu. Merk op dat de zwakke witte velden en de onhandige paarden waar ik zojuist over sprak nu onder vuur komen. Het paard op e2 staat 2x aangevallen (en ja, ik reken die toren op e8 mee als aanvaller. Het zou foutief om te denken dat het paard slechts 1x aangevallen staat: stel 2. Ta3, dan volgt 2. …Lxe2 3. Dxe2 Lxc5!. De andere volgorde Lxc5 en Lxe2 werkt mogelijk ook. Het boeit me allemaal niet zo, want we moeten gewoon inzien dat het paard op e2 extra steun nodig heeft.) Met de bedachte structuur in het achterhoofd is 2. Te1 de logische zet. Zwart kan verder priegelen op de witte velden met 2. …Lc4, opnieuw de ongelukkige positie van de paarden aankaartende. 3. Ta3 of 3. Pec1 verdedigt het paard. Mocht zwart tot 3. …Lxb3 beslissen, dan geeft hij zijn beste stuk op, dus daar hoeven we niet super bang voor te zijn. Verder kan zwart niet veel opbrengen tegen het witte plan, maar het gedoe op de witte velden is toch een beetje irritant.

Kunnen we beter (blijf altijd zoeken naar betere zetten!)? 1. Lc1 is helemaal geen gekke gedachte. We kunnen dan 2. Te1 spelen en daarna 3. Ta3 en pas daarna 4. Ld2. Eerst even de positie van de paarden verstevigen voordat we toeslaan. Dit zou de voorkeur genieten, omdat we zwart hiermee minder tegenspel gunnen. Zwart moet direct handelen om dit plan te voorkomen. Dus we komen snel tot de conclusie dat 1. …Db4 een zet is die we zeker moeten bekijken! Als zwart vanwege tactische redenen geen Db4 mag spelen, dan zou ik zeker weten voor 1. Lc1 kiezen. Dus 1. …Db4 2. Ld2 is logisch, omdat de loper nu met tempo op d2 komt. Teruggaan (zeg 2. …Db8) slaat nergens op, want dan is Lc3 ideaal voor wit. Dus 2. …Dc4 moet en ja, weer die witte velden worden eng. Concreet dreigt zwart Lc2 met stukwinst, dus 3. Te1 is uitgesloten. Maar wit heeft nu een tegenaanval (en ja, nu we een ‘taktiekje’ aan het uitrekenen zijn moeten we ineens wel rekenen vele zetten proberen): 3. Pxa5. Valt de dame aan en bedenk dat zwart hier iets te bewijzen heeft: hij staan een pion achter en wit is niet ver weg van zijn ideale opzet. Kortom: terugtrekken (zeg 3. …Da6) vindt wit fantastisch, wanneer hij met Te1 – Lc3 – b4 consolideert. Dus 3. …Txa5 4. Lxa5 Ld3 5. Te1 (redelijk geforceerd). Merk op dat 5. …Lxc5 mogelijk een pion terugwint. Ik concludeer dat zwart wel activiteit krijgt, maar dat wit toch wel beter moet staan: hij heeft een kwaliteit en vrije a-pion meer. Ik ben wel bang dat trucs als, zoals gezegd, Lxc5 erin zitten.

Hier dus het dilemma: moet ik met 1. Ld2 een ‘mindere’ versie van mijn positionele plan doorzetten, of moet ik 1. Lc1 spelen en 1. …Db4 als bluf beschouwen. Even ter informatie: de computer geeft 1. Ld2 +1.2, 1. Lc1 Db4 +3.5. Dus de computer zegt: Db4 is bluf! Zelf koos ik uiteindelijk voor het ‘veilige’ Ld2, en het punt volgde later redelijk volgens het genoemde plan. (Hoewel Wim uit het niets toch nog behoorlijke tegenkansen wist te creëren, maar helaas voor hem kwam dat te laat.) Toch merk ik dat ik het lastig vind mijn positionele positie open te gooien en simpelweg wat materiaal mee te pakken. Ik ben bang voor tegenkansen als Db4, omdat ze dan toch weer wat controle weggeven, en het feit dat ik dat het halve bord aan stukken win lijkt dan zo nietig. Wanneer kan ik het tegenspartelen van de tegenstander als ongevaarlijk beschouwen? Lastig…

 

Tot afsluiting een ander voorbeeld: ik heb afgelopen weekend op slot Assumburg met het Stayokay toernooi (georganiseerd door excelsior) meegespeeld, en daar kreeg ik tegen de beruchte excelsioriaan Paul Lieverst zo’n zelfde dilemma. Meestal kraak ik alle niet-clubleden genadeloos af, maar hij was aardig tegen me, dus ik zal me inhouden: ik had nog 5 seconden op de klok, en ik stelde hem in een (soort van) remise stelling voor een moreel dilemma door remise aan te bieden. Hij was in een goede bui denk ik; hij nam het aan.

Maar vér voordat dat plaatsvond was er deze stelling:

Wit aan zet. Ik kan al eeuwen de pion op b6 slaan, maar mijn stelling is superieur, en ik wil niet tegenkansen geven door g5-g4 toe te laten. Of dat de dame over de d-lijn naar mijn koning komt. Maar ja, als ik wil winnen moet ik toch ooit b6 eraf hakken en toch een beetje tegenspel toelaten. Ik moet de controle weer een beetje opgeven. Dxb6 is hier het beste, maar ik dacht subtiel Ld6 De6 Dxb6 te doen. Maar na Da2 beginnen de schermutselingen: ik win een pion, maar ik ben de controle kwijt. Tja, volgens de computer zal ik wel beter dan ooit staan, maar ik vond die controle wel een stuk fijner, en in tijdnood ging er al snel vanalles fout…

Enfin, hopelijk vond u dit stukje leerzaam en heb ik u een inkijkje kunnen geven in mijn gedachten. Ik begin er steeds meer in te geloven dat één positioneel plan meer waard is dan 100 zetten, en eerlijk gezegd kan ik er wel van genieten om (vaak als de stofwolken zijn opgetrokken na een periode van extreme chaos omdat ik een trucje gemist had…) gewoon 10 minuten te staren naar m’n stelling zonder concrete varianten uit te rekenen. Dus ik kan iedereen aanraden: voordat u allerlei wilde zetten bedenkt, kijk eens even lekker naar de stelling en fantaseer. Wat heeft u te verliezen? Hooguit een schaakpartijtje. Wordt (wellicht) vervolgd!

~Uw nederige verslaggever.

[Disclaimer: de verslaggever stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele opgelopen schade]

Geplaatst in Nieuws.