De dood of de gladiolen of dode gladiolen: Wijkertoren – Messemaker

Herkent u het moment dat u een schaak-gerelateerde techniek heeft geleerd, en dat u die in de praktijk kunt brengen? Waarschijnlijk niet, want de ervaring leert dat de vork in uw partij nou juist nét even anders in de steel zit dan dat u geleerd heeft. Des te groter was mijn verbazing dat ik gisteren in de wedstrijd tegen de Messemakers (a.k.a Messentrekkers) tweemaal een thema zag dat ik zeer recentelijk nog bekeken had. En op mosterd-na-de-maaltijd-achtige wijze wil ik dit graag met u doornemen, opdat wij in de toekomst wellicht deze mosterd tijdens de maaltijd kunnen consumeren. Bekijkt u de volgende stellingen en zoekt u eens naar het verband:

Juist ja, in beide stellingen is het thema Toren+Loper tegen Toren terug te vinden. Laat ik nou net bestudeert hebben een maandje geleden hoe dit gewonnen is danwel remise te houden valt. In mijn stelling heb ik de ideale opstelling bereikt, en zou het zelfs zonder de pionnen gewonnen zijn, hoewel hier wel ongeveer 15 zetten nauwkeurig gemanoeuvreer voor nodig is. Ik zag al helemaal voor me hoe ik bewust alle pionnen zou afruilen om dan heroïsch het winnende puntje te scoren. Maar goed, uiteindelijk toch maar gewoon met Txa2-Tg2-Txg3 als een normaal mens de partij te beslissen. Vervolgens zag ik BP zijn stelling, die er min-of-meer uitzag zoals het diagram, te pogen te verdedigen. Zwart staat feitelijk twee pionnen achter en moet hopen zijn loper tegen de pionnen te kunnen geven na bijvoorbeeld Lxh6 Lxe5 dxe5 Txe5+, waarna hij remise moet zien af te dwingen. (BP zei dat dit er nooit inzat, wat ik dan ook wel geloof, maar desalniettemin is het interessant te bekijken hoe remise te behalen valt in T+L tegen T stellingen.)

Laten we beginnen met wanneer er gewonnen kan worden: de stelling van Philidor in het linker diagram met koning en loper op ideale positie, niet te verwarren met de stelling van Pythagoras, die verwarrenderwijs ook betrekking heeft op rechte en schuine lijnen…

De Philidor (1-0)

Wit verovert de 7de lijn met Tf8+ Te8 Tf7. Zwart kan in deze stelling niet veel meer dan afwachten. De toren moet op de f-lijn blijven om mat te kunnen blokkeren. Een ontsnappingspoging van koning leidt alleen maar tot nóg sneller mat. In de komende varianten zijn er zeer veel mogelijkheden dat de koning poogt te ontsnappen met ofwel Ke8 ofwel Kc8, maar dit zal enkel het pleit sneller beslechten. Dus de toren kan nu nog naar de 1ste, 2de of 3e rij: e1,e2 of e3. Hierbij geldt de volgende regel: 2de rij beste verdediging; 3de rij slechtste; 1ste rij ‘gemiddeld’. Dus er volgt Te2 Th7 (tempozet) Te1 om de toren van de beste rij af te halen. De volgende stap is om de toren naar de slechtste rij te lokken: Tb7 Tc1 Lb3!! (middelste diagram). Dé perfecte tempozet. De toren moet wel naar de 3de rij nu en wit is blij: hij brengt de loper simpelweg weer terug naar de originele positie: Tc3 Le6 Td3+ Ld5 Tc3 zie diagram 3. Nu is de laatste fase aanbelandt: de schaak-zet-schaak fase waarna de volgende ‘perfecte’ loperszet wordt opgebouwd: Td7+ Kc8 Th7 Kb8 Tb7+ Kc8 Tb4! Kd8 Lc4!!. En zwart gaat mat. De loper verhindert Td3+ én blokkeert de c-lijn. Kc8 Le6+ Kd8 Tb8#.

Laat ik wel benadrukken dat het allemaal zeer complex is met vele zijvarianten. Zo is er bijvoorbeeld een variant waarbij de ‘perfecte’ loperzet uit La4 en Ld7 bestaat… Het heeft mij iets van 2 uur tegen de computer gekost om het erin te stampen. En voordat ik dit verslag ging schrijven duurde het toch weer 15 minuten voordat ik de schaak-zet-schaak fase weer herinnerde. De ultieme test is om het bord 90 graden te draaien en kleuren te verwisselen én ineens ziet alles er weer anders uit… Misschien is de verdedigingsprocedure wel nóg belangrijker om te weten. Er zijn 2 hoofd-mogelijkheden. De ‘Cochrane’ verdediging (zoals de bron die ik gebruik het noemt) en de tweede-lijn-verdediging:

De Cochrane (½-½)

 

Vroeg of laat komt deze stelling vaak op het bord. Zwart is afgesloten over de 6de rij en wit over de 5de rij. Wit kan geen torenruil aanbieden, dus de enige mogelijkheid om verder te marcheren met de koning, is om de loper als blokkadestuk te gebruiken op d5. Als wit de 5e rij blokkeert met de loper, moet de toren direct naar de achterkant verplaatsen: Ld5 Ta1 Ke5 Te1+ Le4 Te2 (wachtzet) Ta7 Ke8 (zie diagram 2). De loper staat gepend! Dit verhindert wits voortgang. Wit kan alleen verder komen door de loper te ontpennen met ofwel Kd5 ofwel Kf5, waarna zwart de volgende regel hanteert: vlucht de andere kant op. Dus bijvoorbeeld Kd5 Kf8!!. En nog steeds lukt het wit niet om voortgang te maken. Hij kan niks bereiken en zonder de loper verplaatsen komt hij al helemaal niet verder. Als de loper weggaat, geldt er één laatste regel voor zwart: als de loper verplaatst, bevrijd de koning met de toren. Dus bijvoorbeeld Lf5 Te7! Zwart kan nu weer het proces herhalen en een blokkade over een nieuwe 5de rij opzetten; in dit geval dient de e-lijn als ‘5e rij’.

Tweede rij (½-½)

Deze stelling ziet er ietwat merkwaardig uit voor zwart, maar er blijkt niets aan de hand. De verdediging bestaat uit: houd koning en toren dichtbij elkaar op de tweede rij. Dit blijkt genoeg om remise te houden en daar is een verklaring voor: als wit schaak geeft en de koning moet naar de onderste rij, dan biedt zwart automatisch torenruil aan. Dus wit moet weer weg van de tweede rij. Dus zwart kan de zet erna direct terugkeren met de koning naar de tweede rij: Tc2+ Kf1 Tc1+ Ke2 Tc2+ Kf1 Tc3 Ke2 zettenherhaling. Laat me wel benadrukken dat deze methode doodeng is, want stel dat wit Lg3 speelt in het diagram, wat zou u doen? Er zijn meerdere mogelijkheden, maar een gangbare blijkt Kf1 Kf3 Tf2+ (enige zet) Ke3 Te2+ Kd3 Ta2 en de volgende zet weer terug met de koning de 2de rij verdediging terugbrengen.

De conclusie is een beetje dat er betrouwbare patronen aanwezig zijn, en dat die in feite altijd moeten werken, maar dat je nooit hersenloos je zetjes kan uitvoeren: je moet altijd blijven nadenken hoe de stelling weer terug te brengen tot de vertrouwde patronen. Tegen mijn vriend Stockfish verlies ik deze stellingen nog zeer regelmatig, maar al een stuk minder dan toen ik ermee begon. Maar hopelijk moge deze informatie ooit uw leven redden, of in ieder geval uw schaakpartij, of op z’n allerminst maakt u indruk op al uw schaakvrienden en -vriendinnetjes en wint u een weddenschap voor een portie bitterballen ofzoiets.

De wedstrijd

Tot zover de inleiding van het verslag, die ditmaal zoals u gemerkt heeft iets technischer is dan gebruikelijker. Ik vrees echter dat ik niet al te veel over de wedstrijd kan vertellen, maar met goede reden: gezien het belang van de wedstrijd heb ik mijn journalistieke oog ten ruste gelegd en mij volledig gefocust op mijn eigen partij. Én met resultaat, want voor mijn gevoel had ik één van mijn beste partijen van dit seizoen (hoewel dat ook weer iets zegt over mijn andere partijen…). Nooit echt in de problemen gekomen en op esthetische wijze afgerond, zie bovenste diagram dus.

Maar voor hen die het ontgaan was: wij speelden tegen de directe concurrent waarmee wij samen op nummer 1 stonden. De winnaar van deze wedstrijd vervolgt de strijd om promotie; de verliezer die moest zich met staart tussen de benen berusten in een volgend jaar op hetzelfde niveau. Overigens waren er nóg drie teams die vol meededen in de strijd om promotie, dus een gelijkspel zou resulteren in een situatie met twee honden die om een been strijden.

Onze wedstrijd begon uitermate voorspoedig: Thomas won in een partij waarin eigenlijk helemaal niks gebeurde voor zover ik kon zien. Stukken werden vrolijk afgeruild en de pionnenstructuur was symmetrisch. Maar blijkbaar was zijn invloed op de enige open lijn zó groot dat de tegenstander genoodzaakt werd een eindspel met stuk minder in te gaan. Hing Ting kreeg een aanval over zich heen die op het eerste gezicht gevaarlijk leek, maar die eigenlijk niet te vrezen hoefde te worden. Met de koning veilig op h7 kon hij met Dc5+ – Dxa3 een verdwaald paard oprapen en de partij winnen. De 2-0 voorspong stond lange tijd op het scorebord.

Toen ging het ineens mis bij Richard. In tijdnood miste hij een aantal nauwkeurige zetjes, waardoor een remiseachtig middelspel ineens een verloren eindspel werd. Niet snel daarna kwam daar ook een verlies van Sjoerd bij, die niet de partij van zijn leven had gespeeld. Gelukkig kon ikzelf de score toch weer in ons voordeel brengen met een puntje dat al een tijdje in de lucht hing maar even op zich liet wachten: 3-2

De tijdnoodfase was inmiddels voorbij en met de laatste drie borden nog bezig kwam uit betrouwbare bron de informatie tot ons dat de nummer 3 van de ranglijst, LSG2, een flinke uitslag had neergezet: 6-2. Dit betekende dat, zoals verwacht, een gelijkspel zowel voor ons als voor onze gasten uit Gouda niet genoeg zou zijn.

Jimmy kreeg een remiseaanbod in een lastige eindspel. Hij had een goed paard tegen slechte loper, maar de tegenstander had een actievere koning. Doorspelen kon voor allebei gevaarlijk zijn. Jimmy besloot het aanbod maar te accepteren. Ik sluit niet uit dat dit ook de correcte evaluatie van de stelling was, aangezien beide partijen wellicht een fort konden opzetten: 3½-2½.

Ondanks onze voorsprong bleef de situatie toch zorgelijk: BP had een eindspel met gelijk materiaal, maar met een volledig geblokkeerde en nutteloze b-pion. Dat resulteerde in het bovenstaande diagram. Je hoopt dan maar dat hij op het tandvlees een remise eruit kon halen, maar helaas wist de tegenstander waar hij mee bezig was, en liet hij (voor zover ik het kon zien) geen kansen toe. Het werd 3½-3½.

Toen was de hoop op Rick gevestigd, maar er was weinig om blij over te zijn. Een eindspel met dames en ongelijke lopers, maar met een pion minder. Rick moest het hebben van eeuwig schaak tegen de onveilige koning van de tegenstander. Maar helaas kon die koning na een hele hoop schaak en gemanoeuvreer actief worden. Dit werd Rick fataal. De tegenstander deed nog een poging een gewonnen eindspel onder alle spanning uiterst inefficiënt uit te spelen, maar het mocht niet baten, want helaas was het allemaal goed genoeg om ons de matchpunten te ontnemen: 3½-4½.

Dus we concluderen: De Messemakers gaan door in de titelstrijd en wij haken af. Merkwaardig genoeg heeft de underdog LSG (waar wij lang geleden nog 5½-2½ van wonnen zonder enkel probleem) de beste papieren: zij hebben de laatste ronde de ‘makkelijkste’ tegenstander. Wij kunnen enkel onze tegenstanders succes wensen in de laatste ronde en hopen dat onze onvrijwillige opoffering niet voor niets is geweest. Het evalueren van het afgelopen seizoen laat ik graag aan anderen over die daar verstand van hebben, maar ikzelf zou op Cruijfiaanse wijze willen zeggen: “we hadden minder moeten verliezen en meer moeten winnen”.

En laten we niet vergeten dat we nog een mooie wedstrijd in Zeeuws Vlaanderen mogen spelen! Zij zijn inmiddels al lang en breed gedegradeerd, dus het wordt een wedstrijd met veel sippe gezichtjes. Gelukkig kunnen we er vanuit gaan dat het hele team beschikbaar is, ondanks de lange reis erheen die ons wacht. We wilden immers graag promoveren, en als dat gelukt zou zijn, dan zouden we ook naar verre oorden moeten reizen. Kortom: wij spelen graag ver van huis. Voor sommigen is het een mooie gelegenheid om toch nog het seizoen af te ronden met 50% score, voor anderen (zoals ondergetekende) is het vooral een toeristisch uitje. Ik heb er zin in, maar dat is eigenlijk het hele jaar al het geval.

Tot dan!

Geplaatst in Nieuws.